Een levenskunstenaar is hij zeker, de Amerikaanse cartoonist John Callahan. Regelmatig zet hij met zijn rake tekeningen de wereld op zijn kop. Op zijn 21e raakt hij grotendeels verlamd. Tekenen is sindsdien zijn uitlaatklep. Simone de Vries portretteert hem in de documentaire ‘Raak me waar ik voelen kan.’

De Amerikaanse cartoonist John Callahan, nu 54, raakte op zijn 21e grotendeels verlamd bij een ernstig auto-ongeluk. Daarmee komt een wilde jeugd vol drank en drugs abrupt tot stilstand. Tekenen wordt zijn uitlaatklep. In een rauwe stijl, de pen tussen de handen geklemd, tekent hij zich helemaal suf. Zijn rake, vaak cynische en meedogenloze observaties van de medemens kunnen niet enkel op bijval rekenen. Protestoptochten, boze brieven en ontslag waren in het verleden al het gevolg. Callahan is erg trots op deze protesten, maar vindt ze ook onbegrijpelijk. ‘Het is toch wáár wat ik zie?’

Het cynisme is maar één kant van de man, die met opvallend roodgeverfd haar en feloranje zonnebril met zijn elektrische rolstoel door de straten van Portland scheurt. Hij schrijft ook prachtige, melancholische liedjes. Liefst speelt hij daarbij zelf ukelele. Dat gaat hem moeilijk af, maar dat is juist helemaal zijn stijl.

‘Raak me waar ik voelen kan’ is een documentaire over wilskracht. Callahan raast zich een weg door het leven. Hij durft tegen heilige huisjes te schoppen en gedraagt zich op geen enkele manier als een dankbare, welwillende gehandicapte. Zoals op veel van zijn cartoons te zien is, heeft Callahan met het andere geslacht een ingewikkelde relatie. Als ze hem op nakijken met een blik van medelijden, kan hij wel door de grond zakken. Toch houdt hij diep in zijn hart wel degelijk van vrouwen. Daarbij zoekt hij zijn eigen weg om dicht bij hen te kunnen zijn.