Hoofdinhoud

Verberg mediaspeler

Sleutelwoord is autonomie

Regisseurs steeds vaker ook producent


HD - Dans Grozny Dans
Vergroten
HD - Dans Grozny Dans

 

Regisseurs worden steeds vaker zelf de producent van hun films. Is dat slim? Of onderschatten ze het vak?

Sleutelwoord is autonomie

Niels Bakker schreef dit artikel voor 609 - cultuur en media, het kwartaalblad van het Mediafonds.

Jos de Putter richtte in 1993 al zijn eigen productiemaatschappijtje Dieptescherpte op, vlak voor de opnames van zijn debuutfilm Het is een schone dag geweest, een melancholiek portret van zijn ouders. Het ging om een simpele, bescheiden film met een mini­budget. “Het onderwerp was zó klein”, aldus De Putter. “De productie had niet veel meer om het lijf dan mijn ouders bel­len dat ik eraan zou komen.” Zijn tweede film Solo, de wet van de favela (1994) ging over jeugdige Braziliaanse voet­baltalenten in de dop. Dit keer trad de VPRO op als coproducerende omroep, verder hield hij de productie weer geheel in eigen handen. Maar toen diende zich een lastiger project aan. De Putter wilde met zijn camera een maffiabaas volgen in het door oorlog geteisterde Tsjetsjenië. “Een levensgevaarlijk missie. Het was onmogelijk een levensverzekering te krijgen voor dat land. De operatie werd zo ingewikkeld dat ik besloot om een producent in de arm te nemen.” 

Aan de werkwijze bleef hij vasthou­den bij The making of a new empire. De documentaires die volgden, zoals Dans Grozny, Dans (2002) en Alias Kurban Said (2004), hadden allemaal een producent van buiten. “Totdat ik me realiseerde dat ik het zelf ook kon. En misschien wel beter.” De Putter blies met zijn broer Wink Dieptescherpte nieuw leven in. Vanaf How Many Roads uit 2006 produceerden ze samen al zijn films. “Hij is verantwoordelijk voor de zakelijke kant, ik voor de inhoudelijke. Mijn broer had een stevige baan bij Citibank en is dus financieel goed onderlegd. En ik weet vanuit mijn ervaring als regisseur wat de productie op logistiek niveau behelst.” 

Artistieke vrijheid
De Putter vindt dat hij op deze manier meer zijn gang kan gaan. “En dat is nodig voor mijn manier van werken. Een productiehuis kan prima een gescripte documentaire begeleiden. Zij zorgen ervoor dat alles wat op papier staat tot in de puntjes wordt uitgevoerd. Ik werk vaak alleen met een concept, dat gaandeweg invulling krijgt. Zo duurde het negen maanden voordat er een final cut lag van Het is een schone dag geweest. De meeste producenten houden niet van zulke verrassingen. Die passen niet binnen de vooraf opgestelde begrotingsplaatjes.” 

Natuurlijk, zegt De Putter, hij is wel degelijk gedwongen financiële keuzes te maken. Maar die hangen tenminste niet af van de producent. “Als ik genood­zaakt ben op een post te bezuinigen, is dat de afweging van mijn broer en mijzelf. Hoe meer controlerende instanties, hoe meer je moet luisteren. Door zelf te produceren, is de artistieke vrijheid maximaal.” 

De Putter is niet de enige documen­tairemaker die er zo over denkt. De afgelopen tien jaar hebben veel van zijn collega’s de stoute schoenen aangetrok­ken. Ineke Smits begon in 2004 samen met Denis Vaslin Volya Films, dat niet alleen de documentaires Putin’s Mama en Transit Dubai produceerde maar ook haar nieuwe fictiefilm De Vliegenierster van Kazbek. John Appel en Heddy Honigmann hebben hun naar zichzelf vernoemde bedrijfje tot nu toe vooral voor kleinschalige films gebruikt. En hoewel Paul Cohen momenteel voor IDTV werkt aan de eerste lange documentaire over violiste Janine Jansen, is hij tegelijkertijd bezig met een eigen productie over een grootschalige uitvoering van de Matthäus Passion, geinspireerd op de vooroorlogse stijl van Willem Mengelberg. Daarnaast pro­duceert Cohen ook zelf documentaires van andere makers. Het zijn niet alleen gevestigde documentaire-auteurs die zich op het productievak storten, ook aanstormende regietalenten beginnen voor zichzelf. Zo timmeren Boudewijn Koole (Maite was hier) en Rogier Kappers (Lomax the Song Hunter) sinds vierenhalf jaar aan de weg als de Jongens van de Wit. Michiel van Erp richtte in 2003 samen met Monique Busman De Familie op, waarbinnen onder andere zijn eigen documentaires Pretpark Nederland en Angst tot stand kwamen. 

En op het afgelopen IDFA draaide alweer de derde eigen productie van de tweelingzusjes Femke en Ilse van Velzen, Weapon of War, terwijl theatermaker Adelheid Roosen het tot de competitie schopte met haar eerste en zelf geproduceerde documen­taire Mum, over haar aan Alzheimer lijdende moeder. Lees verder

nieuws De redactie van Holland Doc verzamelt dagelijks nieuws over documentaires. Lees hier berichten over premières, filmfestivals, interviews met filmmakers en recensies.

naar boven