
- Vergroten
- 43171489
In El-Sayed, een dorp met veel doven, is het niet vanzelfsprekend dat horen te prefereren is: ‘De horende heeft hoofdpijn en loopt de hele dag gespannen rond.’
Stemmen uit de woestijn
De bekendste speelfilm over doven is Children of A Lesser God, de mooiste onder de schaarse documentaires is wat ons betreft Le pays des sourds van Nicolas Philibert, beter bekend van zijn juweeltje Être et avoir.
Het is voor filmmakers nu eenmaal moeilijk om door te dringen tot de aparte en besloten wereld waarin doven verkeren, al kun je ook volhouden dat horenden daar gewoon niet genoeg hun best voor doen. De meesten van ons komen in de praktijk niet verder dan de fascinerende gebarentolk in het Nieuws voor doven en slechthorenden.
Typerend voor het onbegrip van horenden jegens doven waren in het verleden de pogingen om doven uitsluitend te laten liplezen, hun eigen gebarentaal te verbieden en een ‘algemene’ gebarentaal op te dringen.
Het dorp El-Sayed in de Negev, de woestijn in het zuiden van Israël die voornamelijk wordt bevolkt door bedoeïenen, telt het hoogste percentage doven ter wereld, wel twintig keer zoveel als normaal. Over deze unieke gemeenschap, die een eigen gebarentaal heeft ontwikkeld, maakte de Israëlische filmmaker Oded Adomi Leshem de documentaire Voices from El-Sayed (2008), nu uit te zenden in VPRO’s Import als Stemmen uit de woestijn.
In El-Sayed is doofheid een natuurlijk gegeven in de omgang tussen doven en horenden. De film gaat daardoor niet alleen over beperkingen, maar ook over de mogelijkheden en zelfs aangename kanten die een leven zonder geluid kan bieden.
Om de kijker/luisteraar bij de belevingswereld van doven te betrekken, worden in de film geen sprekenden opgevoerd en wordt op een ongewone manier gebruik gemaakt van geluid of de afwezigheid ervan. De herrie van een compressor bijvoorbeeld irriteert een horende kijker, maar stoort de dove die zich in de onmiddellijke nabijheid van het apaaraat ophoudt allerminst.
Omgekeerd is de langdurige afwezigheid van geluid de natuurlijke toestand voor een dove, maar maakt ze de meeste horenden na verloop van tijd lichtelijk nerveus. De film zit vol met zulke auditieve effecten, en geeft daarmee te denken over de alom van geluid doortrokken samenleving van de horenden, waarin stilte steeds vaker wordt ervaren als een onbehaaglijk makend gemis aan geluid.
Misschien is de dove wel beter af. Dit voor horenden verrassende perspectief wordt in de film belichaamd door Mohammed, die een cochleair implantaat krijgt aangemeten, waardoor hij alsnog toegang tot de gesproken taal krijgt. Draagt dit eigenlijk wel bij tot zijn levensgeluk?
Zijn ouders denken van wel, maar de meningen in het dorp zijn verdeeld. Een van de hoofdpersonen, Jumaa, legt het in rappe gebaren uit: ‘Een horende schreeuwt de hele dag en dan explodeert zijn hoofd door alle geluiden. Doofheid is geweldig. Het is stil in ons huis, er is geen voortdurend geluid, er is niks. De horende heeft hoofdpijn en loopt de hele dag gespannen rond.’ Ruwayda doet er een schepje bovenop: ‘Doof zijn is leuk. Zelfs als ik God kon vragen me te laten horen, zou ik het nog niet willen.’
Maarten van Bracht (VPRO Gids 9)
'VPRO's Import: Stemmen uit de woestijn' is op dinsdag 3 maart te zien op Nederland 2 en daarna op Holland Doc 24 op donderdag 5 maart om 15.10 uur en om 23.55 uur, op vrijdag 6 maart om 14.00 uur, op zaterdag 7 maart om 17.40 uur en op woensdag 11 maart om 17.15 uur.